CamelotEurope maakt zicht structureel schuldig aan strafbare feiten in verschillde samenstellingen gepleegd, wat dus een criminle organisatie beoogt volgens de wet, geleidt door Joost van Gestel en Rober Cornelis (roepnaam Bob), de Vilder op internationaal niveau , voor nederland is Allart Jaring de leider, met als leider Amsterdam Leon van Tuijl.
Maatschap flierbosdreef die offerte had aangevraagd voor gehele gebouw verdieping 1 tm 6, alleeen doen ze de offerte oor IJBOUW laten uitbrengen voor 126.200 m2 uitbrengen, terwijl pand niet zo groot is.
Martin Eman directeur IJbouw en Jos Kellenaers van Maatschap Flierbosdreef kunnen niet zo goed de m2 berekenen.
Dat camelot alles inzet om mij uit het pand te verkrijgen, nadat ik melde de kachels welke niet aangingen, ondanks vele beloften
maar ook de melding van brand onveilige pand op 17-10-2017.
Welke nu is aangetoond door hulpofficier R. J. Wolfswinkel op 1-8-2019
maar ook op 15-8-2019 door handhaver John Kamp, handhaver S. Daal samen met ggd-er Remon Jonker.
Dat camelot nogal strooit met geld was te zien bij mr M. R. Dill (mijn gevonden advocaat inzake college B en W plus raadsleden en ambtenaren Amsterdam en inzake camelot).
Zelfs corrupte politie inhuren, maar ook isx, zelfs nu-swift/ansul
inhuren om paar brandblussers te laten voorzien van nieuwe stickers in sept.2019, dat nu zgn brandblussers gekeurd moeten worden 2-2020 op 4de verdieping, terwijl op alle andere verdiepingen de brandblussers niet nagekeken zijn, zoals op 6,5 enz. !
Brandblusser 6de verdieping 6-11-2019
Gerlof Roubos van Keurmerk LeegstandsBeheer
Gerlof Roubos van Keurmerk Leegstand Beheer , waarvan Cheryl Sabina Leunissen
zegt tegen mijn advocaat dat ze mijn site off line gaat halen, plus dat ik nimmer een ruimte kan huren via leegstand beheerder aangesloten bedrijven, maar
Cheryl Sabina Leunissen stelt dat ze zich heeft laten beveiligen, omdat ze zgn bedreigd zou zijn, maar heb alleen haar een duidelijke belofte gemaakt dat ik haar zou laten schrappen van het tableau, welke belofte ik na zal komen, links of rechtsom.
Mooi toch, zo’n werkgever die door dik en dun achter z’n werknemer staat.
Okay, zit dus als volgt. Een 46-jarige voormalig plaatsvervangend hoofdofficier van justitie, Vincent Leenders,
was onderdeel van een groep van 11 verdachten die tegen betaling seks had met een 16-jarige jongen. 10 van hen zijn veroordeeld, Leenders zelf daarentegen ontspringt de dans. Hoe? Nou, als volgt.
De Hoge Raad had bepaald dat de zaak niet behandeld mocht worden door
officieren van justitie uit hetzelfde Amsterdamse parket als de
verdachte. Dit om “te zorgen voor een onpartijdige vervolging en berechting van de verdachte.” Maar dat gebeurde dus uiteindelijk niet: “Het
openbaar ministerie heeft echter geen andere officieren van justitie
ingezet, maar er voor gekozen de officieren uit Amsterdam de zaak in Den
Haag te laten behandelen, als plaatsvervangend officieren in Den Haag.” Met als resultaat dat “het
openbaar ministerie niet ontvankelijk is geworden in de
strafvervolging. Uit de wet vloeit voort dat de verdachte dan niet meer
mag worden vervolgd voor deze feiten. Anders dan het openbaar ministerie
heeft betoogd, is geen sprake van een situatie waarin deze fout nog
herstelbaar is.“
en aangezien je niet tweemaal voor hetzelfde delict berecht mag worden gaat hij nu vrijuit. Hey, rechtsstaat, ENORM LEKKER GEWERKT. Persbericht en volledige uitspraak van rechtbank alhier. Hoe is het eigenlijk met Demmink?
Strafzaak tegen plaatsvervangend hoofdofficier van justitie ten einde
Den Haag, 01 november 2019
De rechtbank in Den Haag heeft vandaag de 46-jarige voormalig
plaatsvervangend hoofdofficier van justitie van het functioneel parket buiten
vervolging gesteld. Hij werd verdacht van het tegen betaling hebben van
seksuele contacten met een 16-jarige jongen.
De zaak was in behandeling bij twee officieren van justitie
van het Amsterdamse parket. Omdat de genoemde hoofdofficier van justitie en deze
officieren werkzaam waren in hetzelfde arrondissement heeft de Hoge Raad de zaak verwezen naar de rechtbank
Den Haag. Daarbij heeft de Hoge Raad uitdrukkelijk bepaald dat ook de
vervolging verder door officieren van justitie van het Haagse parket moest
plaatsvinden. Dit om te zorgen voor een onpartijdige vervolging en berechting van
de verdachte.
Het openbaar ministerie heeft echter geen andere officieren
van justitie ingezet, maar er voor gekozen de officieren uit Amsterdam de zaak
in Den Haag te laten behandelen, als plaatsvervangend officieren in Den Haag. Zij
hebben dan ook de dagvaarding opgesteld.
De rechtbank vindt die handelwijze van het openbaar ministerie in strijd met het wettelijk systeem en met de beslissing van de Hoge Raad. Een officier van justitie die wordt verdacht van het plegen van een strafbaar feit moet worden vervolgd op zo’n manier dat de schijn van bevoordeling of benadeling van hem wordt vermeden. Dat is hier nu niet gebeurd. Het gevolg daarvan is dat het openbaar ministerie niet ontvankelijk is geworden in de strafvervolging. Uit de wet vloeit voort dat de verdachte dan niet meer mag worden vervolgd voor deze feiten. Anders dan het openbaar ministerie heeft betoogd, is geen sprake van een situatie waarin deze fout nog herstelbaar is. Daarom komt de strafzaak tegen de verdachte met deze beslissing van de rechtbank tot een einde. Het openbaar ministerie kan tegen die beslissing in hoger beroep gaan.
Rechtbank Den-Haag UITSPRAAK
Zoekresultaat – inzien document
ECLI:NL:RBDHA:2019:11385
Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
01-11-2019
Datum publicatie
01-11-2019
Zaaknummer
19/2836
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Raadkamer
Rekestprocedure
Beschikking
Inhoudsindicatie
Beschikking van
de rechtbank Den Haag, meervoudige raadkamer in strafzaken, op het
bezwaarschrift ex artikel 262 van het Wetboek van Strafvordering van:
[verdachte]
,
geboren op [geboortedatum] 1973 te [geboorteplaats] ,
wonende te [adres] .
hierna ook: verdachte.
Procesverloop
1. Het bezwaarschrift is blijkens een daarvan opgemaakte akte op 3 september 2019 ter griffie van deze rechtbank ingediend.
2. De rechtbank heeft op 4 oktober 2019 het bezwaarschrift in
raadkamer behandeld. Verdachte is -hoewel daartoe behoorlijk opgeroepen-
niet in raadkamer verschenen, wel aanwezig was zijn raadsvrouw, mr.
A.H.J. Saes, advocaat te Amsterdam.
3. De officier van justitie mr. W. Bos heeft het standpunt van
het openbaar ministerie omtrent het bezwaarschrift in raadkamer
verwoord. De raadsvrouw heeft daarop gereageerd, waarna de
procespartijen hebben gere- en dupliceerd. De rechtbank heeft, na kort
beraad, aan de officier van justitie verzocht op enige specifieke punten
nader te reageren, hetgeen hij heeft gedaan, waarna de raadsvrouw
daarover eveneens het woord heeft gevoerd. Vervolgens heeft de rechtbank
bepaald dat de beslissing op het bezwaarschrift heden op een
niet-openbare zitting zal worden uitgesproken.
Feiten
4. De volgende feiten en omstandigheden hebben bij de behandeling
van bezwaarschrift in raadkamer niet ter discussie gestaan, zodat de
rechtbank deze bij de beoordeling tot uitgangspunt zal nemen.
a. Verdachte is op 19 april 2017 door de rijksrecherche
aangehouden als verdacht van het plegen van één of meer van de
misdrijven, strafbaar gesteld bij de artikelen 245, 247, 248a en 248b
van het Wetboek van Strafrecht, gepleegd te Amsterdam in de periode van
2014 tot en met 2017.
b. In het politieonderzoek -genaamd 13Oscoda-, op basis waarvan
verdachte is aangehouden, zijn tevens elf andere verdachten aangehouden.
c. Het onderzoek 13Oscoda werd vanuit het arrondissementsparket
te Amsterdam vanaf het begin geleid door de aldaar werkzame officier van
justitie mr. F.E.A. Duyvendak (hierna ook: mr. Duyvendak), die ook
aanwezig was bij de huiszoeking die gelijktijdig met de aanhouding van
verdachte op 19 april 2017 in diens woning plaatsvond.
d. In een later stadium van het onderzoek is daarin, naast mr.
Duyvendak, als zaaksofficier mede gaan optreden mevr. mr. N.M. Smits
(hierna ook: mr. Smits), aanvankelijk eveneens werkzaam bij het
arrondissementsparket aan het IJdok te Amsterdam, thans bij het
landelijk parket.
e. Verdachte is op 21 april 2017 op basis van een vordering tot
inbewaringstelling voorgeleid aan de rechter-commissaris te Amsterdam.
Bij het verhoor van verdachte op de vordering was aanwezig mr.
Duyvendak. De rechter-commissaris heeft de vordering tot
inbewaringstelling afgewezen.
f. Verdachte is door de rechter-commissaris te Amsterdam nader
gehoord op 12 juli 2018. Bij dat verhoor waren aanwezig mrs. Duyvendak
en Smits.
g. Verdachte was ten tijde van zijn aanhouding, en ook in de
daaraan voorafgaande periode waarop de verdenking tegen hem ziet,
werkzaam als plaatsvervangend hoofofficier van justitie bij het
functioneel parket. In die hoedanigheid hield hij kantoor aan het IJdok
te Amsterdam.
h. De leiding van het arrondissementsparket te Amsterdam heeft
zich de vraag gesteld of er aanleiding was om met betrekking tot
verdachte een verzoek te doen als bedoeld in artikel 510 van het Wetboek
van Strafvordering (hierna ook: Sv), het wetsartikel dat bepaalt
(samengevat) dat als een rechterlijk ambtenaar binnen het ressort van
zijn rechtbank of zijn gerechtshof zou moeten worden vervolgd, op
verzoek van het openbaar ministerie door de Hoge Raad een ander gerecht
wordt aangewezen waarvoor de vervolging en berechting van de zaak zal
plaatsvinden.
i. Ter beantwoording van die vraag heeft de leiding van het
Amsterdamse parket advies ingewonnen bij het Wetenschappelijk Bureau van
het Openbaar Ministerie (hierna: W.B.O.M.). Dat bureau heeft op 2
november 2018 een advies uitgebracht waarvan de conclusie als volgt
luidt:
Er bestaat al met al geen zekerheid over de toepasselijkheid
van artikel 510 Sv bij een verdenking gerezen tegen een officier van
justitie bij het functioneel parket. Gelet op de omstandigheid dat:
• ook in geval van een dergelijke verdenking van belang is dat
deze officier van justitie zal worden vervolgd of berecht door een
zodanige instantie dat de schijn van bevoordeling of benadeling van hem
wordt vermeden,
• een verzuim hierin bestaande dat het OM nalaat zich op de
voet van artikel 510 Sv tot de Hoge Raad te wenden met het verzoek tot
aanwijzing van een gerecht, nietigheid meebrengt van het gehouden
onderzoek en van de naar aanleiding daarvan gedane uitspraken,
• in het toekomstig recht de opvolger van artikel 510 Sv, te
weten artikel 6.1.4.1, eerste lid, Boek 6 Sv, van toepassing is op
(onder meer) rechterlijke ambtenaren werkzaam bij het functioneel
parket,
• met de behandeling van een verzoekschrift als bedoeld in
artikel 510 Sv door de Hoge Raad weinig tot zeer weinig tijd heengaat,
moet het zeer verstandig worden geacht dat het OM dat naar de
gewone regels met de vervolging is belast, zich met een verzoekschrift
tot de Hoge Raad wendt waarin aan de Hoge Raad wordt verzocht het
gerecht aan te wijzen waarvoor vervolging en berechting dient plaats te
vinden. In dat verzoekschrift kan open kaart worden gespeeld door aan te
geven dat het OM niet zeker weet of indiening daarvan in de betreffende
situatie verplicht is maar dat het OM geen risico wenst te lopen op
nietigheid van het onderzoek en van de naar aanleiding daarvan gedane
uitspraken.
j. De hoofdofficier van justitie bij het Amsterdamse parket heeft
op 11 december 2018, onder verwijzing naar en met bijvoeging van het
W.B.O.M.-advies, op basis van artikel 510 Sv het verzoek aan de Hoge
Raad gedaan om, alvorens er enige definitieve vervolgingsbeslissing
wordt genomen, een gerecht aan te wijzen waar de mogelijke vervolging en
berechting van verdachte zal dienen plaats te vinden.
k. De Hoge Raad heeft op 22 januari 2019 op het verzoek beslist. Het dictum van die beslissing luidt als volgt:
De Hoge Raad wijst de Rechtbank Den Haag aan als gerecht voor
hetwelk, zo het Openbaar Ministerie bij die Rechtbank dit nodig
oordeelt, de vervolging en berechting van de zaak zullen plaatshebben.
l. De Hoge Raad heeft zijn beslissing gemotiveerd met (onder meer) de volgende overwegingen:
4.2.
De strekking van art. 510 Sv is te waarborgen dat een
rechterlijk ambtenaar die wordt verdacht van een strafbaar feit, in
eerste of tweede aanleg zal worden vervolgd en berecht door een zodanige
instantie dat de schijn van bevoordeling of benadeling van hem wordt
vermeden. De vermijding van die schijn is ook van belang bij de
beslissing van het openbaar ministerie om – in het geval dat jegens een
rechterlijk ambtenaar een verdenking van een strafbaar feit is gerezen –
al dan niet gebruik te maken van onder meer zijn bevoegdheid die
ambtenaar niet te vervolgen. Gelet daarop moet art. 510 Sv aldus worden
uitgelegd dat in de in het eerste lid genoemde gevallen het openbaar
ministerie dat naar de gewone regelen met de vervolging is belast,
gehouden is een verzoek tot aanwijzing van een ander gerecht in te
dienen indien naar zijn aanvankelijk oordeel een rechterlijk ambtenaar
als verdachte van een strafbaar feit moet worden aangemerkt, opdat het
openbaar ministerie bij het aan te wijzen gerecht beslist omtrent de
verdere behandeling van de zaak (vgl. HR 17 februari 2004,
ECLI:NL:HR:2004:A03669).
4.3.
Uit het doel en de strekking van art. 510 Sv volgt dat de daar
bedoelde regeling ook toepasselijk is in een geval als het onderhavige
waarin het gaat om een bij het functioneel parket werkzaam rechterlijk
ambtenaar tegen wie de verdenking is gerezen een strafbaar feit te
hebben begaan en die ter zake daarvan zou moeten worden vervolgd en
berecht voor een gerecht waarbij hij op grond van art. 139b, eerste lid,
RO de vervolging pleegt of placht in te stellen. Hetzelfde geldt ook
voor een bij het landelijk parket werkzaam rechterlijk ambtenaar.
Vervolgens is het aan de Hoge Raad om naar aanleiding van het in te
dienen verzoekschrift naar bevind van zaken een gerecht aan te wijzen
ter waarborging dat de betrokkene zal worden vervolgd en berecht door
een zodanige instantie dat de schijn van bevoordeling of benadeling van
hem wordt vermeden.
m. De raadsvrouw van verdachte heeft zich naar aanleiding van
het feit dat zij (via publicatie op rechtspraak.nl) kennis had genomen
van de beschikking van de Hoge Raad per brief tot mr. Duyvendak gewend.
In die brief staat onder meer het volgende:
Wij zullen ons tot het parket van Den Haag wenden. Kunt u ons vertellen wie de nieuwe zaaksofficier wordt?
n. Op 5 maart 2019 heeft mr. Smits (onder meer) het volgende aan de raadsvrouw
per email bericht:
Inmiddels is besloten dat de zaak formeel aan het Haagse
parket wordt overgedragen en dat mijn collega Duyvendak en ik
zaaksofficieren zullen blijven.
o. Op 7 maart 2019 heeft de raadsvrouw per brief het volgende aan mr. Smits bericht:
Middels deze brief reageer ik op uw e-mail dd. 5 maart 2019. In deze e-mail schrijft u dat
‘is besloten dat de zaak formeel aan het Haagse parket wordt
overgedragen en dat mijn collega Duyvendak en ik zaaksofficieren zullen
blijven’.
De Hoge Raad besliste op 22 januari 2019 dat hij ‘de
Rechtbank Den Haag aan[wijst] als gerecht voor hetwelk, zo het Openbaar
Ministerie bij die Rechtbank dit nodig oordeelt, de vervolging en
berechting van de zaak zullen plaatshebben’. Uw beslissing komt daarom onverwacht.
Uw beslissing is in strijd met deze beschikking en met de
ratio van artikel 510 Sv. De ratio van artikel 510 Sv is dat elke schijn
van een partijdige vervolging en berechting dient te worden vermeden
indien een rechterlijk ambtenaar wordt verdacht van een strafbaar feit.
In een dergelijk geval wijst de Hoge Raad op een verzoekschrift van het
Openbaar Ministerie een ander arrondissement of ressort aan dan waar de
rechterlijk ambtenaar werkzaam is/was voor het nemen van de
vervolgingsbeslissingen en voor de eventueel daarop volgende berechting
van die rechterlijk ambtenaar. Dit verzoekschrift moet het Openbaar
Ministerie indienen op het moment dat er een verdenking tegen een
rechterlijk ambtenaar is ontstaan, spoedgevallen daargelaten.
Het Openbaar Ministerie had dus al een verzoek ex artikel 510
Sv moeten doen op het moment dat (verdachte) in januari 2017 als
verdachte werd aangemerkt of in ieder geval toen de verdediging in april
2018 een verzoek om buitengerechtelijke afdoening deed. Desondanks
heeft het Arrondissementsparket Amsterdam het gezag over het
strafrechtelijk onderzoek bij zich gehouden en in dat kader vele
(vervolgings)beslissingen genomen, inclusief de beslissing tot verdere
vervolging.
Uw beslissing zoals verwoord in uw e-mail van 5 maart jl. om,
ondanks het verzoek ex artikel 510 Sv en ondanks de daaropvolgende
beschikking van de Hoge Raad, betekent dat de vervolgende instantie
slechts op papier het Haagse parket wordt.
Gelet op het feit dat er geen tussentijds rechtsmiddel tegen
deze beslissing van het Openbaar Ministerie open staat, richt ik mij tot
u met het verzoek om uw beslissing te herzien. Mocht u daar niet toe
bereid zijn, zal de verdediging uw beslissing te zijner tijd aan de
Rechtbank Den Haag voorleggen.
p. Mr. Smits heeft laatstgenoemde brief van de raadsvrouw per email van 18 maart 2019 beantwoord, en wel als volgt:
In reactie op uw verzoek om de beslissing dat de zaak wordt
overgedragen aan het Haagse parket en dat mijn collega mr. Duyvendak en
ik zaaksofficieren blijven, te herzien, het volgende.
Voor de goede orde deel ik u mede dat dit niet mijn beslissing is, maar die van de Haagse parketleiding.
De regeling van artikel 510 van het Wetboek van
Strafvordering moet met name voorkomen dat indien een verdenking is
gerezen tegen een rechterlijk ambtenaar, deze zou worden berecht voor de
rechtbank waar deze persoon zaken voor/mee heeft gedaan en dus een band
mee heeft. Dit heeft tot doel de onpartijdigheid van de rechtspleging
te verzekeren, reden waarom de rechtbank Den Haag is aangewezen.
Daarnaast, indien een verdenking tegen een officier van
justitie is gerezen, moet worden voorkomen dat deze door collega’s van
zijn of haar eigen parket wordt vervolgd. Daarvan is geen sprake.
Verdachte was werkzaam bij het Functioneel Parket. mijn collega mr.
Duyvendak en ik (destijds) bij het Arrondissementsparket. Daarmee is
sprake van voldoende distantie.
De beslissing zal dan ook niet worden herzien.
q. Nadat de Hoge Raad zijn beslissing had genomen, is het
strafdossier, dat zich bij de rechter-commissaris te Amsterdam bevond,
overgedragen aan de rechter-commissaris te Den Haag. Deze heeft op 15
april 2019 een regiebijeenkomst gehouden. Daarbij was het openbaar
ministerie vertegenwoordigd door mr. Smits.
r. In overleg tussen de voorzitter van de meervoudige
strafkamer te Den Haag, de officieren mrs. Duyvendak en Smits alsmede de
raadsvrouw zijn data bepaald voor een regiezitting (4 oktober 2019) en
de inhoudelijke behandeling (7 november 2019).
s. Op 29 augustus 2019 is aan verdachte de dagvaarding betekend
tegen de zitting van deze rechtbank van 4 oktober 2019, teneinde
terecht te staan op verdenking van twee cumulatief/alternatief ten laste
gelegde feiten, gebaseerd op de artikelen 248a en 248b van het Wetboek
van Strafrecht. Bovenaan die dagvaarding staat “Arrondissementsparket
Den Haag”. De dagvaarding is voorzien van een stempel dat de
handtekening van de waarnemend hoofdofficier van justitie bij het
arrondissementsparket te Den Haag weergeeft.
t. Naar blijkt uit op rechtspraak.nl gepubliceerde vonnissen
van 27 september 2019, hebben tien (andere) verdachten uit het onderzoek
130scoda inmiddels terecht gestaan voor de rechtbank te Amsterdam. In
zes van die zaken werd het openbaar ministerie ter zitting
vertegenwoordigd door mr. Smits, in vier zaken door mr. Duyvendak.
Het bezwaarschrift
5. Het bezwaarschrift tegen de op 29 augustus 2019 aan verdachte
betekende dagvaarding strekt er toe dat verdachte voor alle in die
dagvaarding genoemde feiten buiten vervolging zal worden gesteld.
6. Aan het bezwaarschrift liggen, mede gelet op de nadere
schriftelijke toelichting daarop en op de door de raadsvrouw in
raadkamer gegeven toelichting, (samengevat) de volgende stellingen ten
grondslag:
–
Het is hoogst onaannemelijk dat de strafrechter, later
oordelend, het openbaar ministerie ontvankelijk zal verklaren in zijn
strafvervolging.
–
Het openbaar ministerie heeft immers geen uitvoering gegeven
aan de beschikking van de Hoge Raad van 22 januari 2019. Met name is
geen uitvoering gegeven aan de eis dat de vervolging en berechting van
de zaak zouden plaats hebben bij de rechtbank Den Haag zo het Openbaar Ministerie bij die rechtbank dit nodig oordeelt”, nu de oorspronkelijke Amsterdamse zaaksofficieren mrs. Smits en Duyvendak zaaksofficieren zijn gebleven.
–
Aldus is sprake van schending van artikel 510 Sv, waaraan de
Hoge Raad het gevolg van nietigheid van het onderzoek ter terechtzitting
verbindt, wat tot niets anders kan leiden dan tot niet-ontvankelijkheid
van het openbaar ministerie in zijn strafvervolging.
–
Reeds om deze reden dient de rechtbank verdachte buiten vervolging te stellen.
–
Daarvoor is nog een tweede reden, te weten dat het openbaar
ministerie door het negeren van de beschikking van de Hoge Raad een zeer
fundamentele inbreuk heeft gemaakt op de beginselen van een behoorlijke
procesorde waardoor het wettelijk systeem in de kern is geraakt.
Het standpunt van het openbaar ministerie
7. De officier van justitie heeft in raadkamer primair
geconcludeerd tot ongegrondverklaring van het bezwaarschrift.
Subsidiair, voor zover de rechtbank tot het oordeel zou komen dat het
openbaar ministerie niet ontvankelijk zou zijn in zijn strafvervolging,
heeft de officier van justitie betoogd dat buitenvervolgingstelling van
verdachte achterwege zou moeten blijven, opdat het openbaar ministerie
de gelegenheid wordt geboden andere officieren aan de zaak te verbinden.
8. Op de argumenten die de officier van justitie ter onderbouwing
van zijn standpunt in raadkamer naar voren heeft gebracht zal in het
onderstaande worden ingegaan.
Het oordeel van de rechtbank
9. Het bezwaarschrift is tijdig ingediend.
10. De kernvraag die door het bezwaarschrift en het daartegen
gevoerde verweer aan de orde wordt gesteld luidt, of het openbaar
ministerie wel of niet heeft voldaan aan hetgeen de Hoge Raad in haar
beschikking van 22 januari 2019 heeft bepaald, te weten:
De Hoge Raad
wijst de Rechtbank Den Haag aan als gerecht voor hetwelk, zo het
Openbaar Ministerie bij die Rechtbank dit nodig oordeelt, de vervolging
en berechting van de zaak zullen plaatshebben.
11. De rechtbank stelt vast dat, alleen al op grond van een
zuiver grammaticale interpretatie van het dictum van de beslissing van
de Hoge Raad, die beslissing onmiskenbaar inhoudt dat vanaf de datum van
de beschikking alle (verdere) handelingen van het openbaar ministerie
gericht op strafververvolging van verdachte in de onderhavige zaak
dienden te worden verricht door (leden van) het openbaar ministerie bij
de rechtbank Den Haag, oftewel door leden van het Haagse
arrondissementsparket. Daarover zijn ook het openbaar ministerie en de
verdediging het eens.
12. Vervolgens kan worden vastgesteld dat na de datum van de
beschikking van de Hoge Raad vervolgingshandelingen zijn verricht door
de aan het Amsterdamse parket, respectievelijk het landelijk parket,
verbonden officieren van justitie mrs. Duyvendak en Smits, die van het
begin af aan betrokken waren bij het onderzoek 13Oscoda en dus ook bij
de opsporings- en vervolgingshandelingen jegens verdachte. Zij zijn
immers, zoals dat door henzelf in correspondentie en ook door de
officier van justitie bij de behandeling in raadkamer is aangeduid “zaaksofficieren gebleven”.
Na de datum van de beschikking van de Hoge Raad hebben zij, althans
heeft één van hen, de regiebijeenkomst bij de rechter-commissaris te Den
Haag bijgewoond en overleg gepleegd met de voorzitter van de
meervoudige strafkamer te Den Haag over de (verdere) planning van de
zaak. Ten slotte hebben zij als zaaksofficieren de (verdere)
vervolgingsbeslissing genomen en de dagvaarding opgesteld. Het was
kennelijk de bedoeling dat zij in Den Haag zouden optreden als
vertegenwoordigers van het openbaar ministerie op de regiezitting van 4
oktober 2019 en de inhoudelijke behandeling op 7 november 2019, op
gelijke wijze als zij ook zijn opgetreden bij de behandeling van de
zaken van de overige verdachten voor de rechtbank te Amsterdam.
13. De officier van justitie heeft in raadkamer betoogd dat het
openbaar ministerie volledig heeft voldaan aan het bepaalde in artikel
510 Sv en aan hetgeen de Hoge Raad heeft beslist in zijn op dat artikel
gebaseerde beslissing. De officier van justitie heeft dit betoog
onderbouwd met (samengevat en onder meer) de volgende stellingen.
– Mrs. Duyvendak en Smits zijn weliswaar officier van justitie
bij het parket te Amsterdam respectievelijk het landelijk parket, maar
op grond van artikel 136, zesde lid, van de Wet op de rechterlijke
organisatie zijn zij tevens van rechtswege plaatsvervangend officier bij
alle overige parketten, waaronder het parket Den Haag.
– Zij hebben vanaf de datum van de beschikking van de Hoge Raad,
nadat de zaak formeel was overgedragen aan het Haagse parket, al hun
(vervolgings)werkzaamheden als zaaksofficier in de zaak van verdachte
verricht in hun hoedanigheid van plaatsvervangend officier van justitie
bij het parket Den Haag. Vanaf dat moment waren zij voor wat de zaak
tegen verdachte betreft “honderd procent Haags”.
– Mrs. Duyvendak en Smits hebben hun werkzaamheden als
plaatsvervangend officier bij het parket Den Haag verricht onder gezag
van de Haagse parketleiding. Daartoe heeft die parketleiding zich
uitgebreid door deze zaaksofficieren laten informeren. De Haagse
parketleiding is ook betrokken geweest bij de definitieve beslissing om
verdachte (verder) te vervolgen en de dagvaarding uit te brengen.
– Los daarvan heeft steeds voldoende distantie bestaan tussen
enerzijds mrs. Duyvendak en Smits als zaaksofficieren en anderzijds
verdachte. Mrs. Duyvendak en Smits waren weliswaar in hetzelfde gebouw
werkzaam als verdachte, maar bij een ander parket. Bovendien kenden zij
verdachte niet persoonlijk. Er is dan ook objectief gezien geen enkele
aanleiding om te twijfelen aan hun onpartijdigheid in deze zaak.
14. De rechtbank overweegt hieromtrent het volgende.
15. Artikel 510 Sv verplicht het openbaar ministerie dat naar de
gewone regels belast zou zijn met de vervolging van (naar thans vast
staat: onder meer) de plaatsvervangend hoofdofficier van het functioneel
parket, een verzoek aan de Hoge Raad te richten om een ander gerecht
voor de vervolging en berechting aan te wijzen. In dit geval betekende
dit dat het arrondissementsparket te Amsterdam de Hoge Raad diende te
verzoeken een ander gerecht aan te wijzen, zoals ook is gebeurd.
16. Zoals de Hoge Raad reeds meermalen, en ook in de beschikking
in deze zaak, uitdrukkelijk heeft overwogen, is de strekking van artikel
510 Sv te waarborgen dat een rechterlijk ambtenaar die wordt verdacht
van een strafbaar feit, zal worden vervolgd en berecht door een zodanige
instantie dat de schijn van bevoordeling of benadeling van hem wordt
vermeden. De vermijding van die schijn is ook van belang bij de
beslissing van het openbaar ministerie omtrent de vervolging. De Hoge
Raad heeft aldus de werkingssfeer van artikel 510 Sv uitdrukkelijk
uitgebreid tot de vervolging.
17. In verband hiermee kan de in deze zaak door de Hoge Raad
gegeven beschikking niet anders worden verstaan, dan dat na de
verwijzing naar de rechtbank Den Haag de zaak van verdachte niet slechts
uitsluitend mocht worden berecht door rechters in de rechtbank Den Haag, maar ook uitsluitend (verder) mocht worden vervolgd door officieren van justitie, werkzaam bij het parket te Den Haag.
18. Daarmee verdraagt zich niet dat officieren van justitie die
de zaak al eerder behandelden omdat zij werkzaam zijn bij het parket dat
volgens de gewone regels belast zou zijn met de vervolging, ook na
overdracht van de zaak aan het door de Hoge Raad aangewezen gerecht, bij
de zaak betrokken blijven, maar dan op de titel dat zij tevens
plaatsvervangend officier van justitie bij het parket bij dat andere
gerecht zijn. Daardoor zou de werking en de bedoeling van artikel 510
Sv, zoals door de Hoge Raad uitgelegd, zodanig worden ontkracht dat dit
artikel in feite een dode letter zou worden, evenals dat het geval zou
zijn als rechters in het gerecht dat oorspronkelijk bevoegd was ook na
de verwijzing door de Hoge Raad de zaak zouden gaan -of blijven-
behandelen omdat zij nu eenmaal van rechtswege rechter-plaatvervanger
zijn in alle andere rechtbanken, dus ook in het aangewezen gerecht
(artikel 40, tweede lid, van de Wet op de rechterlijke organisatie).
19. Dat betekent dat de juistheid van de stelling van het
openbaar ministerie dat voldaan is aan de beslissing van de Hoge Raad
doordat mrs. Duyvendak en Smits thans opereren als plaatsvervangend
officier bij het parket Den Haag en daarmee “honderd procent Haags zijn” niet
kan worden aanvaard. De zaak diende, na de verwijzing, verder
uitsluitend te worden behandeld door regulier bij het Haagse parket
werkzame officieren van justitie die nog in het geheel niet bij de zaak
betrokken waren.
20. Vorenstaand oordeel houdt tevens in dat de door de officier
van justitie in raadkamer geponeerde stelling dat mrs. Duyvendak en Smit
sedert de beslissing van de Hoge Raad hebben geopereerd onder het gezag
van de Haagse parketleiding en dat die parketleiding betrokken was bij
de vervolgingsbeslissing, niet ter zake doet. Die omstandigheid kan niet
afdoen aan de onjuistheid van het (blijven) inzetten van mrs. Duyvendak
en Smits als zaaksofficieren in de zaak van verdachte na de beslissing
van de Hoge Raad.
21. Ook de stelling van het openbaar ministerie dat er in deze
zaak objectief gezien sprake is van onpartijdigheid, immers van
voldoende distantie bij mrs. Duyvendak en Smits, zoals verwoord door mr.
Smits in haar email van 18 maart 2019 en in raadkamer door de officier
van justitie herhaald, mist relevantie. Zoals reeds vermeld gaat het bij
de toepassing van de regeling van artikel 510 Sv om het vermijden van
subjectieve partijdigheid, oftewel de schijn van partijdigheid, waarbij
objectieve omstandigheden van de specifieke zaak er niet toe doen.
22. Een en ander voert tot de slotsom dat het openbaar ministerie
in strijd heeft gehandeld met de beslissing van de Hoge Raad, en wel
door mrs. Duyvendak en Smits ook na die beslissing van de Hoge Raad in
de zaak van verdachte vervolgingsbeslissingen te laten nemen, althans
daaraan deel te laten nemen, met inbegrip van de beslissing om verdachte
te dagvaarden voor deze rechtbank.
23. De Hoge Raad verbindt aan het ten onrechte niet volgen van de
procedure van artikel 510 Sv het gevolg dat een inhoudelijke
behandeling op basis van een dagvaarding die is uitgebracht zonder dat
verwijzing heeft plaatsgevonden, nietig is, evenals alle naar aanleiding
van die behandeling genomen beslissingen. Aangenomen moet worden dat de
Hoge Raad heeft bedoeld hetzelfde gevolg te verbinden aan het wel
volgen van de procedure van artikel 510 Sv, maar het vervolgens niet
uitvoeren van de daarop gevolgde beslissing. Dat betekent dat een
inhoudelijke behandeling van de zaak tegen verdachte op grond van de
uitgebrachte dagvaarding nietig zal zijn.
24. In verband daarmee is het hoogst onwaarschijnlijk dat de
strafrechter, later oordelend, het openbaar ministerie ontvankelijk zal
verklaren in zijn vervolging. Het bezwaarschrift tegen de dagvaarding is
dan ook gegrond.
25. Artikel 262 Sv, dat ziet op de behandeling van een
bezwaarschrift tegen de dagvaarding, bepaalt dat indien de officier van
justitie niet ontvankelijk is, de rechtbank de verdachte ten aanzien van
de gehele tenlastelegging of een gedeelte daarvan buiten vervolging
stelt.
26. De officier van justitie heeft zich in raadkamer op het
standpunt gesteld dat, als de rechtbank zou oordelen dat het openbaar
ministerie niet ontvankelijk is, buitenvervolgingstelling van verdachte
niettemin achterwege zou moeten blijven. De officier van justitie heeft
dat standpunt onderbouwd door te betogen dat er in de rechtspraak van de
Hoge Raad sprake zou zijn van een “jurisprudentiële uitzondering” op de
in de vorige rechtsoverweging weergegeven hoofdregel (die
buitenvervolgingstelling voorschrijft), welke uitzondering zou inhouden
dat bij een herstelbare niet-ontvankelijkheid geldt dat niet de
buitenvervolgingstelling wordt uitgesproken, maar uitsluitend de
niet-ontvankelijkheid. Die uitzondering doet zich volgens het openbaar
ministerie hier voor, omdat het alsnog mogelijk is om andere officieren
van justitie aan de zaak te verbinden, ook al mag niet worden verwacht
dat dan tot een andere vervolgingsbeslissing zal worden gekomen.
27. Wat er zij van de algemene term “jurisprudentiële
uitzondering”, er is in de jurisprudentie van de Hoge Raad inderdaad een
drietal gevallen aan te wijzen waarin het oordeel dat het openbaar
ministerie niet ontvankelijk was niet voerde tot
buitenvervolgingstelling1. Zonder uitzondering ging het daarbij om situaties waarin de
niet-ontvankelijkheid voortvloeide uit het niet in acht nemen van een
termijn, terwijl uit de wet rechtstreeks voortvloeide dat (hetzij na
ommekomst van een nog niet afgelopen termijn, hetzij na het stellen van
een nieuwe termijn) in die gevallen alsnog opnieuw tot strafvervolging
kon worden overgegaan.
28. De onderhavige situatie is daarmee in het geheel niet te
vergelijken. De niet-ontvankelijkheid van het openbaar ministerie vloeit
immers voort uit het negeren van de kernwaarden van het wettelijk
systeem door het niet uitvoeren van een uitspraak van de Hoge Raad, en
wel door de vervolging voort te zetten op een wijze die in strijd komt
met het waarborgen van een onpartijdige vervolging en berechting. Anders
dan in gevallen van het niet in acht nemen van een termijn zijn in het
onderhavige geval geen omstandigheden denkbaar die het recht op
strafvordering kunnen doen herleven. Dat kan in elk geval niet door
alsnog andere officieren van justitie aan de zaak te verbinden. Door te
betogen dat dit een optie zou zijn verliest de officier van justitie uit
het oog dat het openbaar ministerie als geheel als gevolg van het handelen in deze zaak niet ontvankelijk is, en niet slechts bepaalde officieren van justitie.
29. De slotsom is dat er geen reden is om af te wijken van de in
artikel 262, tweede lid, Sv neergelegde hoofdregel, wat betekent dat
verdachte ten aanzien van de gehele tenlastelegging buiten vervolging
zal worden gesteld.
Beslissing
De rechtbank verklaart het bezwaarschrift gegrond en stelt
verdachte ten aanzien van de gehele tenlastelegging buiten vervolging.
Deze beschikking is gegeven in raadkamer door:
mr. J.W. du Pon, voorzitter,
mr. Y.J. Wijnnobel-van Erp en mr. B.W. Mulder, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. L.C. Siebrand, griffier,
en uitgesproken ter niet-openbare zitting van 1 november 2019.
Deze beschikking is ondertekend door de voorzitter, nu de griffier buiten staat is mede te ondertekenen.
Het geschorste OM-lid is plaatsvervangend hoofdofficier van het functioneel parket Vincent Leenders. Dat meldt NRC donderdag.
De man is sinds woensdag geschorst omdat hij verdacht wordt van het
plegen van ontucht met een minderjarige. De man zit inmiddels in de cel.
Het OM maakte donderdagmiddag bekend dat tegen een “hoge
leidinggevende: aanklager een onderzoek wegens pedofilieverdenking
loopt, maar maakte geen identiteit bekend. Vincent Leenders is sinds
2013 landelijk coördinerend fraude-officier van justitie en werd vorig jaar benoemd tot plaatsvervangend hoofdofficier.
“De verdenking tegen de hooggeplaatste magistraat komt op een ongelukkig moment voor het OM. In 2014 gaf het gerechtshof in Arnhem het OM het bevel „met voortvarendheid” een onderzoek te beginnen naar verdenkingen dat de jarenlang hoogste ambtenaar van het ministerie van justitie, Joris Demmink, zich zou hebben schuldig gemaakt aan het verkrachten van twee minderjarige jongens in Turkije. Het OM weigerde zo’n onderzoek omdat ze geen begin van bewijs zagen. Inmiddels is het onderzoek naar Demmink afgerond en buigt het Gerechtshof zich op 30 juni over een verzoek van het OM de strafzaak tegen Demmink te seponeren.” .
De plaatsvervangend hoofdofficier van het functioneel parket
Vincent L. is met ingang van woensdag geschorst omdat hij verdacht wordt
van het plegen van ontucht tegen betaling met een minderjarige.
Het Openbaar Ministerie maakte donderdagmiddag bekend
dat tegen een „hoge leidinggevende’’ aanklager een onderzoek wegens
pedofilieverdenking loopt maar weigerde bekend te maken wie de
hooggeplaatste verdachte is. Uit verscheidene opsporingsbronnen is
vernomen dat het om de tweede man gaat van het functioneel parket. Dat
parket is belast met bestrijding van criminaliteit op het gebied van
milieu, economie en fraude. Vincent L. vervult sinds 2013 de functie van
landelijk coördinerend fraude-officier van justitie. L., fiscaal
jurist, is pas sinds 2007 verbonden aan het OM en werd vorig jaar
benoemd tot plaatsvervangend hoofdofficier.
Ongelukkig moment
De verdenking tegen de hooggeplaatste magistraat komt op een
ongelukkig moment voor het OM. In 2014 gaf het gerechtshof in Arnhem het
OM het bevel „met voortvarendheid” een onderzoek te beginnen naar
verdenkingen dat de jarenlang hoogste ambtenaar van het ministerie van
justitie, Joris Demmink, zich zou hebben schuldig gemaakt aan het
verkrachten van twee minderjarige jongens in Turkije. Het OM weigerde
zo’n onderzoek omdat ze geen begin van bewijs zagen. Inmiddels is het
onderzoek naar Demmink afgerond en buigt het Gerechtshof zich op 30 juni
over een verzoek van het OM de strafzaak tegen Demmink te seponeren. Er
zou geen enkel belastend materiaal zijn gevonden. De zaak wordt achter
gesloten deuren behandeld.
Verdachte Vincent L. is inmiddels ook gearresteerd en zit in een cel, meldt een woordvoerder van het OM in Amsterdam.
Heb gevraagd om haar als integere ambtenaar te legitimeren.
Heb gevraagd te overleggen dat ze bevoegd is om als rechter.
Heb gevraagd om te overleggen door wie ze aangesteld is.
Maar ondanks dat ze het niet heeft overlegd, heb ik geloofd dat ze aangesteld is, maar ondanks dat ik haar maar heb geloofd als soevereine mens van vlees en bloed.
Vertrouwde Mirjam mij niet toen ik antwoord gaf op de vraag of ik opname maakte, want ik antwoorden volmondig met NEE !
Had geeneens een telefoon of opname apparatuur bij me.
Had niet voor niets gevraagd om opname te mogen maken, door professional te laten maken, maar Mirjam en vele andere rechters zijn bang dat hun corrupte en partijdigheid word aangetoond.
Waardoor men bijna 99.9 % altijd geen opname wil hebben, want dan kan je als je een keer een proces verbaal krijgt de verschillen zien, van de opname en de zogenaamde opgemaakte pv op zorgvuldigheid ( awb art. 3:2) wat nimmer gebeurd, zoals te zien is bij pv opgemaakt door Mieke (R.) Dudok van Heel samen opmaakte met Grootheest.
Dat Mirjam uit gaat van veronderstellingen (lees tolteekse wijsheden) dat ik mijn telefoon maar moest geven aan mijn advocaat, terwijl ik geen telefoon bij me had, hieruit bleek ook al haar vooringenomenheid, maar ook dat ze mij wegzet als leugenaar, partijdigheid, mij stigmatiseert, enz…. !
De indirecte bedreiging dat ik niet als ik haar niet kan overtuigen dat ik niet op neem van e zitting, dat ik dan niet aanwezig mocht zijn in de zitting, ze zette dit kracht bij door te schorsen en aan mijn advocaat op te dragen om met mij even naar de gang te gaan.
Hiermee liet Mirjam ook weer haar partijdigheid zien.
Besloot samen met mijn advocaat om risico te vermijden om geheel buiten de recht zittingzaal gebannen te worden door corrupte partijdige rechter(s) om maar op de gang te blijven zitten.
Zodat ik de gelegenheid behouw om als er vragen zijn ik teruggeroepen kan worden als er vragen zijn omtrent zaken in de procedure te kunnen beantwoorden, echter ben ik niet naar binnen geroepen, dus corrupte en partijdige rechter Mirjam had geen vragen.
Wat voor Mirjam logisch is, want voor haar was het een gelopen race, want ze had waarschijnlijk al vonnis klaar liggen op voorhand, komt hoogstwaarschijnlijk door steekpenningen of in natura betalingen.
Ook het laatste woord ontnemen is een feit dat niet kan en mag, want feitelijk is dit vonnis van Mirjam Vernietigbaar, maar Maarten Feteris en Jos Silvis van HogeRaad kijken weg hiervan ze roepen wel veel, maar treden nimmer op.
Ook Paul Ruijs spreekt hierover de corruptie van rechters.
Mijn pleitnota welke ik heb ik op 13-10-2019 laten printen door mijn advocaat, maar doordat ik niet door corrupte en partijdige Mirjam geduld werd heb ik zelfs die niet kunnen voordragen, want zelfs mijn laatste woord werd me ontnomen, voor mijn pleitnota, want welke leugens Leunissen in petto had heb ik niet kunnen horen en ook niet de no meer partijdige en corrupte Mirjam, anders had er nog wel meer aantekeningen gestaan op het papiertje waar mijn pleitnota op stond.
Zei nog tegen mijn advocaat toen mirjam mijn mond snoerde at ik feitelijk maar een optie had “wraken”, wat hij misschien niet heeft gehoord.
Mirjam die structureel mensenrechten schend, ook inzake ADM, welke tegen VN advies ingaat, ik hoop dat als zij naar buitenland gaat herkent word, plus ze haar dan met de neus op haar feiten drukken, dus actie onderneemt jegens haar.
Inhoudsindicatie
De vordering van de voormalige gebruikers van het ADM-terrein om naar dit terrein
te mogen terugkeren wordt afgewezen.
Ook hun vordering om een ander terrein toegewezen te krijgen wordt afgewezen.
De voorzieningenrechter heeft dit beslist in een zogenoemd kopstaartvonnis.
De nadere motivering van dit oordeel volgt uiterlijk 31 januari 2019.
zaaknummer / rolnummer: C/13/659924 / KG ZA 19-10 MW/MV
Vonnis in kort geding van 17 januari 2019
in de zaak van
[eiser sub 1]
en 51 andere eisers zoals opgenomen in de aan dit vonnis gehechte dagvaarding,
wonende te [woonplaats] ,
eisers bij dagvaarding van 7 januari 2019,
advocaat mr. E. Tamas te Den Haag,
tegen
1. de publiekrechtelijke rechtspersoon
DE GEMEENTE AMSTERDAM,
zetelend te Amsterdam,
advocaat mr. M.H. de Vries te Amsterdam,
2. de staat
DE STAAT DER NEDERLANDEN,
zetelend te Den Haag,
advocaat mr. H.J.S.M. Langbroek te Den Haag,gedaagden.
1De procedure
1.1.
Op 7 januari 2019 hebben eisers de aanvraag voor dit kort geding ingediend en de voorzieningenrechter
tevens verzocht een ordemaatregel te treffen. De voorzieningenrechter heeft de behandeling
van dit kort geding bepaald op 8 januari 2019 en het verzoek om een ordemaatregel
afgewezen. Ter zitting van 8 januari 2019 hebben eisers hun eis gewijzigd en opnieuw
een ordemaatregel verzocht. Eisers hebben – nadat de voorzieningenrechter het tweede
verzoek om een ordemaatregel had afgewezen – een verzoek tot wraking ingediend. De
zitting is vervolgens geschorst en er is een proces-verbaal van wraking opgemaakt.
1.2.
Het wrakingsverzoek is behandeld ter zitting van de wrakingskamer van 8 januari 2019.
Op 9 januari 2019 is het wrakingsverzoek afgewezen. Vervolgens is de voortzetting
van het kort geding bepaald op 15 januari 2019.
1.3.
Op 11 januari 2019 hebben eisers opnieuw hun eis gewijzigd en de voorzieningenrechter
opnieuw verzocht een ordemaatregel te treffen. Nadat gedaagden (per e-mail) in de
gelegenheid zijn gesteld hierop te reageren, is ook dit verzoek afgewezen.
1.4.
Bij brief van 13 januari 2019 hebben eisers hun eis opnieuw gewijzigd. Een kopie van
de desbetreffende akte wordt aan dit vonnis gehecht.
1.5.
Op 14 januari 2019 hebben eisers de voorzieningenrechter op grond van artikel 201 Rv verzocht het ADM-terrein en de zogenoemde slibvelden te bezoeken. De Gemeente en
de Staat hebben hiertegen ter zitting van 15 januari 2019 bezwaar gemaakt. Het verzoek
is per e-mail van 16 januari 2019 afgewezen.
1.6.
Ter zitting van 15 januari 2019 hebben eisers gesteld en gevorderd overeenkomstig
de in kopie aan dit vonnis gehechte dagvaarding en overeenkomstig de onder 1.4 genoemde
akte wijziging van eis. De Gemeente en de Staat hebben verweer gevoerd met conclusie
tot weigering van de gevraagde voorzieningen.
1.7.
Alle partijen hebben producties en een pleitnota in het geding gebracht. Ter zitting
van 15 januari 2019 waren – voor zover van belang – aanwezig:
aan de zijde van eisers [eiser sub 1] en [eiser sub 2] met mr. Tamas;
aan de zijde van de Gemeente [naam 1] , [naam 2] , [naam 3] en [naam 4] met mr. De
Vries; aan de zijde van de Staat [naam 5] met mr. Langbroek.
1.8.
Na verder debat hebben partijen verzocht vonnis te wijzen.
1.9.
Na de behandeling ter terechtzitting heeft mr. Langbroek nog twee stukken naar de
rechtbank gemaild. Het betreft een brief van [naam 6] van 11 januari 2019 en een brief
van de Hoge Commissaris voor de Mensenrechten van de VN van 14 januari 2019. Geen
van partijen heeft bezwaar gemaakt tegen het alsnog in het geding brengen van deze
stukken. Op 16 januari 2017 zijn partijen in de gelegenheid gesteld per e-mail inhoudelijk
te reageren op de desbetreffende brieven.
1.10.
Bij e-mail van 16 januari 2019 zijn partijen ervan in kennis gesteld dat in verband
met de spoedeisendheid van de zaak op 17 januari 2019 in verkorte vorm vonnis wordt
gewezen. De schriftelijke uitwerking hiervan volgt op uiterlijk 31 januari 2019.
2De feiten
De feiten volgen in de uitwerking van dit vonnis.
3Het geschil
3.1.
Bij akte wijziging/vermeerdering van eis (ingediend bij brief van 13 januari 2019
van mr. Tamas ten behoeve van de zitting van 15 januari 2019) vorderen eisers – kort
gezegd – het volgende:I. de Gemeente en de Staat te veroordelen binnen twee dagen
na betekening van dit vonnis de feitelijke gevolgen van de reeds toegepaste bestuursdwang
ongedaan te maken, door aan eisers het ongestoord bezit dan wel gebruik van het ADM-terrein
te verschaffen;II. de Gemeente en de Staat te veroordelen binnen twee weken na betekening
van dit vonnis de feitelijke gevolgen van de reeds toegepaste bestuursdwang ongedaan
te maken, door het ADM-terrein in de toestand te herstellen waarin dit terrein zich
bevond ten tijde van de aanvang van de toepassing van de bestuursdwang, met dien verstande
dat inmiddels vernietigde zaken op kosten van de Gemeente en de Staat zullen worden
vervangen door gelijkwaardige zaken;III. subsidiair de Gemeente en de Staat te veroordelen om binnen twee dagen na betekening van dit
vonnis aan eisers een terrein gelijkwaardig aan het ADM-terrein (met goede voorzieningen,
niet verontreinigd, toegankelijk voor boten, waar eisers gezamenlijk kunnen wonen
en hun activiteiten kunnen ontplooien zoals dat op het ADM-terrein mogelijk was) ter
beschikking te stellen voor een periode gelijk met het verblijf op het ADM-terrein,
althans voor 21 tot 25 jaar;IV. een en ander op straffe van een dwangsom van € 100.000,-
per dag;V. met hoofdelijke veroordeling van de Gemeente en de Staat in de kosten van
dit geding.
3.2.
De Gemeente en de Staat hebben verweer gevoerd.
3.3.
Op de stellingen van partijen wordt, voor zover van belang, in de uitwerking van dit
vonnis nader ingegaan.
4De beoordeling
4.1.
Er is voorshands geen sprake van schending door de Gemeente en de Staat van het internationale
recht. De Gemeente was na de uitspraak van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de
Raad van State van 25 juli 2018 gehouden tot ontruiming over te gaan en de interim
measure van het VN-mensenrechtencomité hoefde haar daarvan niet te weerhouden. Dit
kan dan ook geen grondslag vormen om het ADM-terrein wederom aan eisers ter beschikking
te stellen. Evenmin is aannemelijk dat de Gemeente misbruik van haar executiebevoegdheid
heeft gemaakt, zodat ook hierin geen grondslag kan worden gevonden om het ADM-terrein
wederom aan eisers ter beschikking te stellen. De onder I en II gevraagde voorzieningen
zullen dan ook worden geweigerd. Ook de subsidiaire vordering is niet toewijsbaar
nu voorshands geen sprake is van een rechtsplicht van de Gemeente of van de Staat
op grond waarvan zij aan eisers een ander terrein zouden moeten aanbieden. De nadere
motivering van dit oordeel zal volgen in de uitwerking van dit vonnis.
4.2.
Eisers zullen als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld.
De kosten aan de zijde van de Gemeente worden begroot op:
– griffierecht € 693,00
– salaris advocaat 980,00
Totaal € 1.673,00De kosten aan de zijde van de Staat worden begroot
op:
– griffierecht € 693,00
– salaris advocaat 980,00
Totaal € 1.673,00.
5De beslissing
De voorzieningenrechter
5.1.
weigert de gevraagde voorzieningen,
5.2.
veroordeelt eisers hoofdelijk in de proceskosten, aan de zijde van de Gemeente tot
op heden begroot op € 1.673,00,
5.3.
veroordeelt eisers in de proceskosten, aan de zijde van de Staat tot op heden begroot
op € 1.673,00, te vermeerderen met de wettelijke rente over dit bedrag met ingang
van de vijftiende dag na betekening van dit vonnis tot de dag van volledige betaling,
5.4.
verklaart dit vonnis wat betreft de kostenveroordelingen uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. M. van Walraven, voorzieningenrechter, bijgestaan door mr. M. Veraart, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 17 januari 2019.
De Verenigde Naties waren duidelijk over e ontruiming ADM terrein, lees stuk site VN of stuk in Elsevier, maar arrogante Mirjam van Walraven doet wat ze wil.
uw als raadsleden en college van B&W Amsterdam wees welkom te
zien, hoe brandonveilig en koud het pand (flierbosdreef 1-12, Amsterdam)
is.
.. verzekeren@hotmail.com
Ma 26-2-2018, 19:24
r.van.dantzig@raad.amsterdam.nl;mmoorman@raad.amsterdam.nl;
m.ruigrok@vvdamsterdam.nl; d.peters@raad.amsterdam.nl;
r.groot.wassink@raad.amsterdam.nl; j.vanlammeren@partijvoordedieren.nl;
dboomsma@raad.amsterdam.nl; w.van.soest@raad.amsterdam.nl
=====>
.. verzekeren@hotmail.com
Ma 26-2-2018, 23:19
j.vanlammeren@partijvoordedieren.nl
Amsterdam 26-2-2018 tijd 12.22 uur
Beste Jonas,
Of is het niet belangrijk dat mensen in de kou (zonder kachel)zitten en
het pand (brandonveilig is, plus elektrische installatie niet is gemaakt
voor alle elektrische kachels en elektrische kooktoestellen, waar de
mensen op moeten koken, omdat er geen gas is)onveilig is, omdat we
mensen zijn i.p.v. dieren.
Toen destijds een bewoner deze verdieping magnetron en waterkoker
aanzette, vlogen wel de stoppen er gelukkig uit, anders was het groot
probleem geweest, maar er was buiten haar verder niemand op de
afdeling/verdieping, nu wel meer dan 7 personen, de boilers gaan ook op
elektriciteit welke in pand gezet zijn voor te douchen.
Als je komt laat maar weten, zodat ik je het geheel kan laten zien,
zoals je kon zien zit ik in het pand, op 4de verdieping, kamer 16A, deze
ruimte is t.o. de lift.
Maar zoals ik de gemeente eerder heb gemaild, doe ik niet zomaar open,
dus als je wilt komen graag je naam noemen en kaartje onder de deur door
schuiven, zodat de deur voor je op za gaan.
Immers zijn er vanaf begin vele rare snuiters in pand geweest, ook illegale bewoners en meer welke ik uit het pand heb gejaagd.
Zelfs feesten van mensen welke ik niet eerder heb gezien in pand, zodat ik zelfs bedreigingen heb mogen ontvangen.
Beter is het een whatzapp te sturen naar nr 06 -(weggelaten.nu.vanwege
privacy) welke telefoon van een vriendin is hier in het pand, welke me
dan laat weten dat je komt, dan wel met haar telefoon naar mij toe komt,
zodat ik zelf kan antwoorden.
Maar zet wel erbij dat het bericht voor Niels is, anders bereikt mij dit bericht nimmer.
gr Niels
ps Niets uit deze mail mag geopenbaard dan wel verspreidt worden zonder
schriftelijke toestemming van de verzender van deze mail, nml dhr
Jepsen, deze mail is auteurs rechterlijk beschermd en er rust copyright
op, deze mail blijft eigendom van Niels
===>
Johnas Pvdd j.vanlammeren@partijvoordedieren.nl
Ma 26-2-2018, 21:54
verzekeren@hotmail.com
Dit is best een opmerkelijke mail. Heeft u wellicht wat meer achtergrond informatie?
Verstuurd vanaf mijn iPhone
===========>
. .verzekeren@hotmail.com
Ma 26-2-2018, 22:23
j.vanlammeren@partijvoordedieren.nl
Amsterdam
Beste J. van Lammeren, wees welkom, dan laat ik je alles zien en krijg je alle info welke noodzakelijk is.
gr Niels
graag uw hulp , gaarne met spoed
ombudsteam@bewegingdenk.nl
Vr 9-3-2018 23:12
verzekeren@hotmail.com
Geachte Niels,
ik adviseer u om de gevraagde bestanden op te sturen, want helaas kan ik
u niet verder helpen zonder het machtigingsformulier en het volledige
dossier.
Met vriendelijke groet,
Hussein Jamakovic
Medewerker Ombudsteam-DENK
Werkdagen do vr
Politieke beweging DENK
Schiekade 10
3032 AJ Rotterdam
E-mail: Ombudsteam@bewegingdenk.nl
=====>
. .verzekeren@hotmail.com
Vr 9-3-2018 5:37
ombudsteam@bewegingdenk.nl
bellen is beter, langskomen nog beter, dan kunt u geheel zelf met eigen ogen zien
====>
. .verzekeren@hotmail.com
Vr 9-3-2018 2:58
ombudsteam@bewegingdenk.nl
bellen binnen een uur, dan word het later en dan nu dit….?
====>
ombudsteam@bewegingdenk.nl
Vr 9-3-2018 2:56
verzekeren@hotmail.com
Geachte Niels,
Hartelijk dank voor uw brief. Ik heb overlegd, voordat ik u bel hebben wij het volgende van u nodig:
Machtigingsformulier
Volledig Dossier Wij stellen het zeer op prijs dat u de moeite heeft genomen ons een brief te sturen. Heeft u eventuele vragen over het machtigingsformulier? Neem dan gerustcontact met ons op. We hopen spoedig mogelijk een mail van u te ontvangen. Met vriendelijke groet, Hussein Jamakovic Medewerker Ombudsteam-DENK Werkdagen do vr Politieke beweging DENK Schiekade 10 3032 AJ Rotterdam E-mail: Ombudsteam@bewegingdenk.nl ===> ombudsteam@bewegingdenk.nl Vr 9-3-2018 2:14 verzekeren@hotmail.com Sorry dat het even duurt. We bellen vandaag nog. ===> . .verzekeren@hotmail.com Vr 9-3-2018 2:08 ombudsteam@bewegingdenk.nl binnen uur is nu al geweest …? ====> ombudsteam@bewegingdenk.nl Vr 9-3-2018 0:52 verzekeren@hotmail.com Ik zal u binnen 1 uur terug bellen. ===> . .verzekeren@hotmail.com Vr 9-3-2018 0:40 ombudsteam@bewegingdenk.nl ja ben op zelfde nr aanwezig, omdat mijn mantelzorgster er nu is , dus nr 06–vanwege.privacy.eigenaar.tel.nr.weggelaten ===> ombudsteam@bewegingdenk.nl Vr 9-3-2018 0:37 verzekeren@hotmail.com Goedemiddag, Bent u op dit moment bereikbaar, zodat ik u terug kan bellen? ====> . . verzekeren@hotmail.com op 2018-03-02 16:32: ombudsteam@bewegingdenk.nl Misschien is het makkelijker om persoonlijk gesprek dan wel even telefonisch gesprek te hebben. Heb nu een telefoon even te leen, zodat u me zou kunnen bellen op 06-wegehaald.vanwege.privacy Niels ===>
Wil denk wel helpen en zorgen dat locale bestuurders Amsterdam hun werk
doen, welke staan vermeld in wetgeving, voor wethouders en raadsleden,
plus zorgen dat rechtsysteem en advocaten beter werken, mensenrechten en
wetten en verdragen nageleefd worden… do 1-3, 7:53 hr@bewegingdenk.nl; s.soytekin@tweedekamer.nl; amsterdam@bewegingdenk.nl Amsterdam 28-2-2018 Aan bestuur plus kamerleden Denk, plus locale bestuursleden Amsterdam,
Woon al sinds okt.2016 in Amsterdam, echter aan begin huurde ik kamer
in Noord, maar de belofte van inschrijving GBA/BPR werd niet gedaan.
Echter had ik wel hulp gevraagd aan burgemeester Eberhart van der Laan,
voor verkrijgen van uitkering, maar ook van adres op andere plek, zodat
alles geregeld zou worden. Maar helaas werd er wel op achtergrond door burgemeester wel ambtenaren aangespoord, echter deden ze niet echt goed hun best.
Toen kreeg ik opzegging en moest er uit, zodat ik een ruimte huurde op
30-6-2017, waardoor ik meer rechten kreeg, maar alles kwam langzaam op
gang. Zelfs ambtenaren werkten traag, waardoor ik pas uitkering
toewijzing kreeg midden jan. 2018, met terugwerkende kracht 30-6-2018. Maar kreeg niet de uitkering toegekent dd aanvraag via burgemeester Eberhart van der Laan, wat al probleem opleverd.
Dan huur ik uit nood via antikraak een ruimte, waar geen kachel werkt,
waardoor het zeer koud is, dat ik klaag zowel bij camelot, plus
wethouder en raadsleden, werd een kort geding ingesteld, met spoedeisend
belang, dit kwam binnen eergister 26-2-2018, rechtzaak dient 6-maart
dus binnen acht dagen. Waarbij Camelot vraagt om ontruiming van mijn
ruimte, waarbij ik dus waarschijnlijk over een week op straat sta, als
hart en long patient. Kunt u contact opnemen met me zsm, zodat we
kunnen afspreken, zodat ik u de stukken en bewijzen kan laten zien, want
de hetze van camelot is alleen maar tegen mij gericht omdat ik heb
geklaagd, over brandveiligheid, waaraan het pand niet voldoet, maar ook
dat er geen kachel werkt, waardoor het zeer koud is, waar ik met mijn
reuma en osteropersose veel last van heb. met vriendelijke groeten Niels ————————-> VAN: ombudsteam@bewegingdenk.nl ombudsteam@bewegingdenk.nl VERZONDEN: zaterdag 3 maart 2018 3:16 AAN: verzekeren@hotmail.com ONDERWERP: Klacht Geachte Niels, Als ik het goed begrijp is u een belofte van inschrijving gedaan (BPR) maar is dit nagelaten. Wie heeft u dit beloofd? U vertelt ook dat u in een antikraak woning woont en heeft geklaagd. Als ik het goed heb vertelt u dat door het geklaag Camelot u eruit willen zetten via een kort geding. U vertelt dat u stukken en bewijzen kan laten zien. Kunt u hierover meer vertellen? Met vriendelijke groet, Hussein Jamakovic Medewerker Ombudsteam Werkdagen do vr Politieke beweging DENK Schiekade 10 3032 AJ Rotterdam ====> E-mail: Ombudsteam@bewegingdenk.nl . . Za 3-3-2018 3:32 Misschien is het makkelijker om persoonlijk gesprek dan wel even telefonisch gesprek te hebben. Heb nu een telefoon even te leen, zodat u me zou kunnen bellen op 06-privacy Niels
Wil denk wel helpen en zorgen dat locale bestuurders Amsterdam hun werk
doen, welke staan vermeld in wetgeving, voor wethouders en raadsleden,
plus zorgen dat rechtsysteem en advocaten beter werken, mensenrechten en
wetten en verdragen nageleefd worden… =====> . .verzekeren@hotmail.com do 1-3, 7:53 hr@bewegingdenk.nl; s.soytekin@tweedekamer.nl; amsterdam@bewegingdenk.nl Amsterdam 28-2-2018 Aan bestuur plus kamerleden Denk, plus locale bestuursleden Amsterdam,
Woon al sinds okt.2016 in Amsterdam, echter aan begin huurde ik kamer
in Noord, maar de belofte van inschrijving GBA/BPR werd niet gedaan.
Echter had ik wel hulp gevraagd aan burgemeester Eberhart van der Laan,
voor verkrijgen van uitkering, maar ook van adres op andere plek, zodat
alles geregeld zou worden. Maar helaas werd er wel op achtergrond door burgemeester wel ambtenaren aangespoord, echter deden ze niet echt goed hun best.
Toen kreeg ik opzegging en moest er uit, zodat ik een ruimte huurde op
30-6-2017, waardoor ik meer rechten kreeg, maar alles kwam langzaam op
gang. Zelfs ambtenaren werkten traag, waardoor ik pas uitkering
toewijzing kreeg midden jan. 2018, met terugwerkende kracht 30-6-2018. Maar kreeg niet de uitkering toegekent dd aanvraag via burgemeester Eberhart van der Laan, wat al probleem opleverd.
Dan huur ik uit nood via antikraak een ruimte, waar geen kachel werkt,
waardoor het zeer koud is, dat ik klaag zowel bij camelot, plus
wethouder en raadsleden, werd een kort geding ingesteld, met spoedeisend
belang, dit kwam binnen eergister 26-2-2018, rechtzaak dient 6-maart
dus binnen acht dagen. Waarbij Camelot vraagt om ontruiming van mijn
ruimte, waarbij ik dus waarschijnlijk over een week op straat sta, als
hart en long patient. Kunt u contact opnemen met me zsm, zodat we
kunnen afspreken, zodat ik u de stukken en bewijzen kan laten zien, want
de hetze van camelot is alleen maar tegen mij gericht omdat ik heb
geklaagd, over brandveiligheid, waaraan het pand niet voldoet, maar ook
dat er geen kachel werkt, waardoor het zeer koud is, waar ik met mijn
reuma en osteropersose veel last van heb. met vriendelijke groeten Niels ======> Van: ombudsteam@bewegingdenk.nl ombudsteam@bewegingdenk.nl Verzonden: zaterdag 3 maart 2018 3:16 Aan: verzekeren@hotmail.com Onderwerp: Klacht Geachte Niels, Als ik het goed begrijp is u een belofte van inschrijving gedaan (BPR) maar is dit nagelaten. Wie heeft u dit beloofd? U vertelt ook dat u in een antikraak woning woont en heeft geklaagd. Als ik het goed heb vertelt u dat door het geklaag Camelot u eruit willen zetten via een kort geding. U vertelt dat u stukken en bewijzen kan laten zien. Kunt u hierover meer vertellen?
Met vriendelijke groet, Hussein Jamakovic Medewerker Ombudsteam Werkdagen do vr Politieke beweging DENK Schiekade 10 3032 AJ Rotterdam E-mail: Ombudsteam@bewegingdenk.nl Openingstijden:
================>
Rutger groot wassink Govert Flinckstraat 339/2, 1074CC Mariëtte van Muijen Danoeta Event Management Amsterdam kvk 63941392 tel 06-45404040
De agressieve dealer van cocaïne, cannabis, welke in maart 2018 toen mijn advocaat Rob Koopmans langs kwam merkten we dat ook hij een wietplantage mocht hebben van Davey Driehuis
Zelfs handhaver(s) Amsterdam John Kamp
met zijn Collega S. Daal (zuid-oost) welke brand onveilig pand constateerde op 1-8-2019
constateerde samen met Remon Jonker GGD
troffen bewoner(crimineel) 3de verdieping aan met hele grote lachgas cilinder met zijn 4/5 klanten maar deden daar niks mee.
Maar Laurent-Jan stelde dat camelot blij is met criminele, want dan kunnen ze de medewerking krijgen van rechters zoals Mieke Dudok van Heel
of Mirjam Walraven
dus heeft laurens-jan smit ook overlegd ( want hij stelde op 25-9-2018 dat men uren heeft gepraat/overlegd)met J. A. van Gestel
en/of Robert Cornelis (roepnaam Bob) de Vilder
of Allard Jaring
misschien was het Leon Tuijl
welke moesten besluiten wat ze aan Mieke (rechter 7-5-2019) kunnen laten bieden op papier (mijn 1/3 van verweer minus de bijlages) welke advocate Lola Mourcous (welke zonder toga verscheen, waardoor ze zgn niet opviel) wel gaf met “aantekeningen”( belofte aan rechter wat ze-camelot aan haar willen betalen)
in de zitting via Cherryl Sabina Leunissen kon overleggen.
daarom zette ambtenaar/rechter (roepnaam Mieke ) Lola niet in het proces verbaal van de zitting, wat tegen Awb art. 3:2 inruist (zorgvuldigheid, wat een misdrijf is).
laurens-jan smit houdt van met elektra knoeien
want camelot heeft niets geleerd van de dood van Janneke van Gaal welke de dood vond door elektrocutie onder de douche in pand wat Camelot in beheer had te Boxtel.
Zelfs Keurmerk Leegstand Beheer KLB te Boxtel stellen niets voor want Gerlof Roubos de persvoorlichter wist al van brand onveilige pand in 2017 maar keek er van weg.
Camelot strooit vaak met geld, zoals aan corrupte politie agenten welke ze elke keer inhuurde tijdens en na procedure
Maar ook het bedrijf Ansul of Nuswift werken er aan mee.
Zelfs advocate zwichten voor steekpenningen zoals mr. M. R. Dill welke mij zou bijstaan inzake Camelot en college Burgemeester en Wethouders en e Raadsleden plus ambtenaren Amsterdam, maar nadat deze contact heeft gehad met Leunissen…..
Maar ook IJbouw doet hieraan mee
welke met corrupte medewerker Jos J. Kellenaers proberen valse offerte opmaken welke Leunissen heeft ingediend als productie 6 in procedure.
Vandaar dat ik al jaren zeg Camelot is een Internationale Criminele Organisatie, welke geleidt word vanuit Belgie door J. A. van Gestel welke MINISTER JUSTITIE Koen Geens OOK HELPT dus ………. hun strafbare feiten helpen afdekken.
Omdat mr( rechter) Mirjam van Walraven mij al op voorhand feitelijk niet in de zitting wilde hebben op 14-10-2019 om 10.00 uur had ze een nieuwe truc bedacht.
Omdat Leunissen bezwaar maakte dat ze op de opname met haar rare hoofd en stem daarop zal te zien zijn, wat ze niet wil
terwijl Leunissen stelde dat ik in vorige zitting ook opname maakte, maar Mieke Duduk Verheel vroeg of ik opname maakte met mijn telefoon, wat ik niet deed, dus antwoordde Nee!
Nu stelde Mirjam van Walraven toen ik zei dat ik geen opname maakte, plus ik haar uitlegde dat ik zelfs opname kan maken met een soort knoop, dat ik haar moest overtuigen dat ik geen opname was aan maken, of dat niet zou doen.
Onmogelijke opgave om een “corrupte en partijdige” rechter te overtuigen, welke al zo bang is dat de waarheid openbaar word gemaakt, want anders zou ze wel opname toestaan, want immers had ze kunnen zeggen dat Gezicht van Leunissen met balkje moest (zoals alle criminelen) of haar hoofd er niet op mocht komen.
Had ruimschoots van te voren duidelijk aangegeven dat ik opnames wilde laten maken door professionele dus had van te voren de toestemming of afwijzing er moeten zijn.
Omdat Mirjam van Walraven niet mij vertrouwde en ik haar niet kon overtuigen restte na de dreiging ( dat ze mij er ook uit kon zetten of niet laten bijwonen in zitting zaal ) besloot ik maar op de gang te blijven, zodat ik bij vragen en onduidelijkheden nog de mogelijkheid zou hebben om naar binnen geroepen te worden.
Maar voor corrupte en partijdige Mirjam had geen vragen aan mij, voor haar was alles duidelijk, ook voor Leunissen was alles duidelijk, maar ook was alles duidelijk voor mijn advocaat, want werd niet naar binnen geroepen om vragen te beantwoorden.
Werd wel naar binnen geroepen om laatste woord te verkrijgen, maar toen ik bij punt 4 van de 9 punten was, werd mij de mond gesnoerd door Mirjam van Walraven.
‘Ook de leugen van Mirjam dat ik laatste woord had gekregen, klopt niet want ze snoerde na punt 4 (4 van de 9 punten) mijn mond, mijn advocaat moest maar verder het briefje voorlezen (dat werd geëist), maar hij heeft nimmer de punten voorgelezen, de punten stonden ook nog eens in steekzinnen, i.p.v. steekwoorden, door weigering is vonnis’ nietig ( Recht op laatste woord ex art. 311.4 Sv. ) zie ECLI:NL:PHR:2004:AP4134 dus …….. , de Hoge Raad stelde ook Deze conclusie strekt tot vernietiging van het bestreden arrest en verwijzing naar een aangrenzend Hof teneinde op het bestaande hoger beroep opnieuw te worden berecht en afgedaan.
Zei ook tegen mijn advocaat dat ik feitelijk alleen kon wraken, weet niet of deze dat gehoord heeft, want mij onthouden in zitting aanwezig te zijn, maar nog laatste woord te ontnemen is schandalig maar daarom is vonnis nietig, danwel moet door HogeRaad nu nietig verklaard worden, heb daar nu 27-10-2019 om gevraagd!
Vanwege het niet verkrijgen van laatste woord in zitting (311.4 Sv) C/13/672502/KG ZA 19986 is vonnis nietig
verzekeren@hotmail.com
Ma 28-10-2019 9:25
Amsterdam 27-10-2019 om 22.25 uur. L.S., Because of the fact that the Dutch legislator states that in all cases a party that is accused in a court hearing should obtain the last word according to law 311.4 Sv what has been taken away from me, this would even according to the judgment of the higher court lead to a nullification judgment, which I am talking about here, because the partisan judge denied me this, while she even kept me out of court.
Vanwege dat de nederlandse wetgever stelt dat in alle zaken een partij welke gedaagd is in een rechtszitting het laatste woord behoort te verkrijgen volgens wet 311.4 Sv wat mij is ontnomen, zou dat zelfs volgens uitspraak hogeraad leiden tot nietigheid vonnis, waar ik hier over heb, want partijdige rechter ontnam mij dit, terwijl ze mij zelfs buiten zitting hield.
Omdat ik van te voren mijn pleitnota had laten uitprinten en niet wist dat ik niet getolereerd zou worden in de zitting, gebruikte ik deze pleitnota als laatste woord, wat ik ook niet kreeg, want wilde zeker punt maken dat ik geen opname mocht maken, plus dat rechter Mirjam van Walraven zich niet wilde legitimeren plus stuk wilde overleggen dat zij bevoegd is namens staat der nederlanden als rechter op te treden.
Omdat ze dit alles niet wilde overleggen, heb ik haar wel op haar woord geloofd als soeverein mens van vlees en bloed, maar zie vertrouwde mij niet, daar had ik zeker het laatste woord zoor zeker voor gebruikt, want wat er in de zitting is besproken en overlegd is daar weet ik niets van want ben daar niet bij geweest want anders was het zeker over meer punten dan alleen mijn van te voren gemaakte pleitnota gegaan.
Vanwege vele kijkers op de site, ga ik over om verdere publicaties op andere nieuwe site te doen, want de 225 criminele van de nederlandse overheid (1ste en 2de kamer) plus locale overheid Amsterdam en ook de rechterlijke macht zoals rechters en personeel plus de criminele werknemers Camelot ben ik meer dan beu, heeft u een probleem met ze onderneem dan goede actie, zodat u zeker weet dat het stopt……!